Gevelbekleding monteren: Waar moet je op letten?
Het plaatsen van gevelbekleding is een dankbare klus, maar het vraagt wel om nauwkeurigheid. Omdat een buitenmuur constant te maken krijgt met wisselende weersomstandigheden, is een goede achterconstructie essentieel om vochtproblemen en werking van het hout te voorkomen. Met de juiste componenten zorg je ervoor dat je gevel tientallen jaren strak en plooivrij blijft zitten.
1. Rachelwerk: De dragende achterconstructie
Voordat je de gevelplanken monteert, plaats je altijd eerst een raster van houten latten, ook wel rachelwerk genoemd.
-
Ventilatie is key: Dit rachelwerk zorgt voor een onmisbare spouw (luchtspleet) achter de gevelbekleding. Hierdoor kan eventueel vocht door condens of regen snel opdrogen, wat houtrot en schimmelvorming effectief voorkomt.
-
Juiste afstand: Zorg voor voldoende rachels en een hart-op-hart afstand die past bij het type gevelbekleding (meestal om de 40 tot 50 cm) om doorbuigen te voorkomen.
2. Dampopen en dampdichte folie: Optimale vochtregulatie
Om de achterliggende constructie of isolatie droog te houden, werk je met speciale bouwfolies:
-
Dampopen folie (buitenzijde): Deze folie plaats je aan de koude kant (achter het rachelwerk). Het houdt regenwater van buiten tegen, maar laat vocht van binnenuit wel ontsnappen. Voor een open gevelbekleding (zoals rhombusprofielen) adviseren we een UV-bestendige zwarte gevelfolie.
-
Dampdichte folie (binnenzijde): Deze folie gebruik je aan de warme binnenkant van de constructie om te voorkomen dat leefvocht in de isolatie trekt.